Versoepelingen coronamaatregelen; wat betekent dit voor uw bezoek aan ons? Lees hier:
Afspraak maken
Overzicht
Hulp nodig?
Heb je een vraag?
Klik hier
Hulp nodig?
Sluit

    Vorige stap

    Dank voor uw vraag!

    We nemen binnen 1 werkdag contact met je op.

    Sluit
    Vorige pagina
    19 februari 2021

    Aantal huilbaby’s neemt toe door coronastress

    Spaarne Gasthuis en JGZ Kennemerland slaan de handen ineen

    Afgelopen herfst zagen de kinderartsen van het Spaarne Gasthuis een flinke toename van het aantal huilbaby’s op de afdeling Kindergeneeskunde. Andrieke Knottnerus, kinderarts sociale pediatrie trok aan de alarmbel en kreeg bijval van JGZ Kennemerland en GGD Kennemerland. Samen met jeugdverpleegkundigen Jacqueline Terpstra en Stefanie Mous vertelt zij over hun bijzondere én slagvaardige samenwerking. “Hoe eerder je ingrijpt, hoe minder behoefte aan zorg er uiteindelijk is.”

    Knottnerus: “De geboorte van een kind is op zich al een enorme gebeurtenis in iemands leven, waarbij geen gebruiksaanwijzing wordt geleverd. En daar kwam het afgelopen jaar Corona als extra stressfactor bij. Vanaf oktober zagen we ineens een verdubbeling van het aantal huilbaby’s; kwamen er eerst 1 à 2 baby’s per week binnen, nu waren dat er 3 à 4.”

    Terpstra: “Corona kan absoluut een verklaring zijn voor dat verhoogde aanbod. De stress neemt tóe en de mogelijkheden om die stress weg te nemen, bijvoorbeeld door te sporten of af te spreken met vriendinnen, nemen af.”

    Knottnerus: “Ik sloeg het huilbaby-alarm: wie van onze partners kan nu acuut meedenken? JGZ Kennemerland speelde hier direct op in, samen met andere ketenpartners. We concludeerden dat een aanpassing in de route groot verschil kon maken, zo zouden ouders vanuit de huisarts rechtstreeks naar de JGZ verwezen moeten worden. Het percentage huilbaby’s waarbij een ziekte de oorzaak is van het huilen, is uiteindelijk erg klein. Er liggen vaak andere oorzaken aan ten grondslag, waarop de JGZ perfect is uitgerust. Hun specialisten komen letterlijk bij de mensen thuis, dat is een informatiebron van onschatbare waarde.”

    Mous: “Het ziekenhuis en de JGZ wisten elkaar al wel te vinden; in 2019 hadden we samen al een basis gelegd voor een steviger netwerk voor baby’s die veel huilen. De lijntjes lagen er feitelijk al, maar we hebben ze steviger aangetrokken en zichtbaarder gemaakt. Toen deze vraag afgelopen herfst binnenkwam, startten we vanuit de JGZ direct een werkgroep op om al onze mogelijkheden en disciplines in kaart te brengen. We gebruikten de bestaande richtlijn Excessief huilen als leidraad en organiseerden zoombijeenkomsten met alle relevantie deskundigen binnen JGZ Kennemerland. Samen namen we alles grondig door: wat kunnen we nú bieden en hoe kunnen we de preventie optimaliseren?”

    Knotterus: “Jullie hebben dat echt snel opgepakt en inzichtelijk gemaakt. Een deel van het probleem is dat ouders vaak denken dat hun kind iets medisch mankeert als het veel huilt waardoor ze naar de huisarts stappen. Vaak hebben ze dan al lang gemodderd en zijn ze op het einde van hun Latijn. Het zou mooi zijn als ouders al in een eerder stadium aan de bel trekken bij de JGZ.”

    Mous: “Een aanpassing in die route kan veel opleveren, met name mínder ziekenhuisopnames. Is het misschien toch onvoldoende bekend wat de JGZ allemaal doet, vroegen we ons hardop af, en wéten huisartsen wel wat wij kinderen en gezinnen kunnen bieden? Samen met onze jeugdarts Lucy Smit stelde Andrieke een brief op voor alle huisartsen in de hele regio om ze te laten weten dat gezinnen met deze problematiek heel goed bij de JGZ terechtkunnen.”

    Terpstra: “Voor ouders is dat ook heel laagdrempelig. We zijn vijf dagen per week bereikbaar, en hebben niet te maken met wachtlijsten. Bovendien hebben we vanuit het consultatiebureau al veelvuldig contact met de moeders, zelfs al tijdens de zwangerschap. Bij elk (huis)bezoek of vaccinatie, voeren wij gesprekken met ouders die verder gaan dan de standaardvragen of de reden van het bezoek. Hoe gaat het met ze, wat hebben ze nodig, wat vinden ze moeilijk aan alle veranderingen, hoe staan ze erin? Soms is het excessieve huilen een enkelvoudig probleem, maar vaak speelt er op de achtergrond nog veel meer mee.”

    Mous: “Vaak gaat de reden van huilen zelfs terug tot in de zwangerschap; er gaat een hele geschiedenis aan vooraf. Daar ligt dan ook de eerste stap van de preventie.”

    Terpstra: “Omdat wij er zo dicht bovenop zitten, letterlijk bij ouders thuis, kunnen we preventief handelen. Door alert te reageren en in een vroeg stadium oplossingen aan te dragen, kunnen we voorkomen we dat kinderen überhaupt naar het ziekenhuis moeten. Een win-winsituatie, en nog kostenbesparend ook!”

    Mous: “Natuurlijk is het probleem niet direct opgelost, maar we gaan wel direct over tot actie: we horen je, we zien je, we gaan samen een plan van aanpak maken, vandaag nog! En de ouders houden de regie, we doen het echt sámen.”

    Knottnerus: “Dat is ook een belangrijk punt: je zet de ouders in hun kracht. Jullie kijken mee met ouders, ondersteunen hen maar nemen het niet over. Eenmaal in het ziekenhuis is de stress vaak al zo hoog dat we het vaak wél moeten overnemen. En idealiter wil je dat voorkomen.”

    Terpstra: Collega’s uit andere regio’s reageren heel enthousiast, zij willen onze aanpak overnemen. We hebben niet het wiel opnieuw uitgevonden, maar dat wat er al wás heel helder op een rijtje gezet. Hierdoor zijn al onze specialisten zich extra bewust van de urgentie. Iedereen staat op scherp!”

    Knottnerus: “Preventie is ongelooflijk dankbaar. Op vele fronten, want hoe eerder je in het proces ingrijpt, hoe minder zorgbehoefte er uiteindelijk is. Maar ook: hoe minder ouders last zullen krijgen van trauma’s en burn-outs, en hoe beter de uiteindelijke ouder/kind-relatie zich kan ontwikkelen. Preventie werkt in alles door.”

     

     

    Vorige pagina